29 januari 2022

Onhebbelijkheidje


Onhebbelijkheidje

Soms zijn er drukke periodes dat we een beetje langs elkaar heen leven. Dat we ’s avonds moe op de bank hangen en vooral veel rust zoeken. Als zo’n periode te lang duurt word ik vervelend. Momenteel is het bij Alex op werk niet heel makkelijk en leuk en hij daardoor vaak moe, gespannen en heeft snel last van spierpijn en hoofdpijn. Ik probeer hem dan zo goed als mogelijk te laten ontspannen door massages, met hem te praten, dingen van hem over te nemen. Alleen gebeurt er dan altijd iets met mij waar ik niet trots op ben.

Ik wil voelen dat hij de baas is en leiding neemt. Dat hij mijn sterke man is. Dan maak ik soms verpakt gemene opmerkingen of antwoord ik bijdehand en snauwerig.  Ik probeer hem enigszins uit te dagen.

Ik denk dat hij dan ook geen puf heeft om daarop te reageren. Of dat door alle drukte dat het niet bij hem binnenkomt wat ik verpakt zeg. Daar voel ik me schuldig over, want ik weet ook van geen ophouden. Het wordt dan ook steeds erger. Het lijkt dat hij dan ook niet opmerkt dat ik hem eigenlijk ontzettend voor paal zet op sommige momenten. Teruggaan naar de overgave en weer de respectvolle vrouw te worden is moeilijk.

Daar heb ik hem dan echt voor nodig, maar als hij het niet ziet dan komt dat moment er niet. Ik geef het dan ook maar op en dan ontstaat er een frustrerende situatie. Dat is dus een situatie waarover gepraat moet worden. Alleen is het verdomd moeilijk om te praten over de onhebbelijkheid van jezelf. Om te vertellen dat je iets doet wat hij blijkbaar niet doorheeft en dat ik op zo’n moment weinig respect toon. En dat alles ook nog in een situatie waarbij hij het duidelijk moeilijk heeft.

Het is ook zo’n vaag onderwerp. Als je bijvoorbeeld een bekeuring hebt gehad is dat een duidelijk punt. Ik heb te hard gereden en heb een bekeuring. Dat is toch een soort van praktisch. Dit is ook deels gevoelsmatig. Het is niet zo dat je dat even tussen neus en lippen door even ter tafel gooit. Zo van ‘joh in welk ver land zit jij met je hoofd dat je niet doorhebt dat ik over je heen wals als een asfaltwals.’

Dat zegt eigenlijk al alles. Ik zou willen dat ik op een rustige manier kon zeggen: ‘Ik merk dat je het moeilijk vindt om je werk los te laten, maar ik merk ook dat ik jouw leiding en sturing mis en daardoor naar tegen je doe.’

Dat laatste krijg ik dus niet uit mijn mond. Net als sorry zeggen. Dat doe ik ook haast nooit. Maar goed ik dwaal af.

Ik moet dat dus bespreekbaar maken op een manier zonder dat ik hem opzadel met een schuldgevoel. En mocht dat dan uiteindelijk tot ‘het klaren van de lucht’ komen is het ook niet meteen gedane zaak. Er moeten dan eerst heel veel lagen opstandigheid gebroken worden en dan kan er pas wat constructiefs gebeuren. Dus als die overgave niet komt dan zijn we ook nog eens nog veel verder van huis. Dus dat onhebbelijkheidje is eigenlijk niet zo klein. En zeker niet iets waar ik trots op ben. Er moet eerst een gesprek volgen wat we verwachten en wat we nodig vinden. En dan … op naar een goed einde!




Geef hier je reactie

Nieuwe schrijfsels