4 maart 2022

De huisslaaf uit 1880


huisslaaf

Ik heb na de middelbare school drie jaar gestudeerd. Ik volgde het patroon der verwachting. Zonder enig vuur en ambitie voor de studie begon ik aan hetgeen wat uit mijn studiekeuzetest kwam. Ik kwam in een jaargroep waarbij ongeveer iedereen, op twee na, aanhanger van het christelijk geloof was en iedereen was vrouw. We hadden echt ontzettend veel goede discussies en gespreksonderwerpen. We dachten over veel normen en waarden hetzelfde allemaal.

Een discussie in het bijzonder zal me altijd bijblijven. Het ging over de toekomst en hoe we die voor ons zagen en over je eigen identiteit. Dat ging los. Nooit eerder hadden we zo’n exploderende discussie in onze jaargroep. Deze jonge, ambitieuze, passievolle vrouwen hadden een duidelijk plan. Het vooral heel anders doen dan hun traditionele ouders. Dat hield in dat wanneer er getrouwd werd er vooral niet gestopt werd met werken, wanneer er kinderen kwamen er ook carrière gemaakt kon blijven worden en het geloof was er ook, maar niet in het traditionele beeld. 

Toen ik aangaf dat ik mijn toekomst heel graag als huisvrouw en huismoeder zag, maar dat ik niet wist of dat financieel haalbaar was kreeg ik al de nodige tegenwerking. De sfeer sloeg helemaal om toen ik aangaf dat het idee me wel aanstond om in dienst van mijn toekomstige man te staan en daar daar mijn identiteit aan te verbinden. Een studiegenoot werd ook ontzettend kwaad. Dat mensen zoals ik de emancipatie naar de klote hielpen. Alsof ik als individu daar ook maar enige invloed op zou hebben. Ik zag en zie mezelf niet bepaald met spandoeken op de Dam paraderen en leuzen schreeuwen als weg met het kiesrecht van vrouwen. Of iets dergelijks. (Dat meen ik trouwens niet, want ik denk wel dat vrouwen beter zicht hebben op politiek dan mannen, maar dat durf ik haast niet eens te denken laat staan uitspreken.)  

Tegenwoordig kan ik mij aardig beheersen, maar toen was dat nog niet echt mijn sterkste punt. Ik provoceerde door te zeggen dat we terug moesten naar de tijd dat vrouwen nog huishoudgeld aan de man moesten vragen en met chaperonnes over straat moesten. Dat als ik gelukkig werd van het dienen van mijn man en mijn hoogste carrière manager huishouding en moeder zou zijn dat niemand het recht heeft dat te veroordelen.

De docent die dat discussie uur begeleidde sprak toen de volgende woorden: ‘Charlie, het jaar 1880 belde, zij willen hun huisslaaf terug.’ Ik was toen zo verbaasd dat ik ben weggelopen. Het maakte dat ik me toen helemaal alleen voelde in mijn visie op het leven. Ik was toen ook nog heel erg jong toen ik begon met studeren en mijn denkwijze en het formuleren van die denkwijze was nog wel erg puberaal, maar toch. Ik zag mijn toekomst niet vol ambitie en carrière.

Later kwamen er twee jaargenoten naar mij toe, twee hele stille, vrome dames. Zij deelden mijn mening en zij waren opgevoed met het idee dat wanneer er getrouwd werd en wanneer er kinderen kwamen dat zij huisvrouw werden en zij hadden zich die visie ook aangemeten. Zij vonden het alleen heel eng om daarvoor uit te komen. Ik kon ze wel zoenen, maar dat paste uiteraard niet bij hun christelijke overtuiging, dat liet ik maar achterwege.

Deze huisslaaf, geteleporteerd uit 1880 is dolblij als huisvrouw. Dat ik ook werk omdat het leven duur is negeer ik maar even. Als ik er nu op terugkijk moet ik er wel om lachen. Meneer R. was waarschijnlijk gewoon stik jaloers. Hij had vast ook graag een vrouw gehad die hem gehoorzaamde en zorgde dat het huishouden op rolletjes loopt. Ik troost mezelf met de gedachte dat hij boos werd dat mijn beeld van het leven hem een stijve leuter bezorgde en dat het beeld van zijn carrière-geile vrouw hem direct weer kurkdroog maakte. Waarschijnlijk zit ik er helemaal naast, maar ik vind het een lachwekkend idee.  




Geef hier je reactie

Nieuwe schrijfsels